De dertigjarige Usama loopt mank over de weg tussen Hilversum en Loosdrecht. Zijn enkel is dik, verzwikt tijdens een potje voetbal. Net wanneer hij met een vriend de hoek omslaat richting het winkelcentrum, mindert een auto vaart. Het raampje gaat omlaag. De bestuurder balt zijn vuist en roept: „AZC weg ermee.”

Usama glimlacht, kort. „Zie je”, zegt hij, „ik zei toch dat ze ons niet met rust laten.”

Sinds 12 mei wonen zeventig mannen, vooral uit Soedan, Jemen, Eritrea en Syrië, in de ‘noodopvang’, een tijdelijke opvang in Loosdrecht. De heftige protesten zijn over, maar het wantrouwen tegen asielzoekers is nog niet weg. Een recent opgerichte buurtwacht houdt asielzoekers in de gaten. Hoe gaat het nu in Loosdrecht, waar de opvang werd vernield door relschoppers, maar waar inmiddels wel asielzoekers wonen?

We waren net binnen en de bosjes stonden al in brand. Ik was heel bang

De aankondiging van de opvang midden april leidde tot gewelddadige protesten. De politie werd bekogeld met vuurwerk, frisdrankblikjes en eieren; de ME moest meermaals ingrijpen. De opening werd uitgesteld en het aantal bewoners verlaagd van 110 naar 70. Dat aantal werd langzaam opgebouwd.