Langzaam loopt Vares Sahil (27) naar de afvalbak en vist er een lege whiskyfles uit. Met de fles verborgen achter zijn rug scant hij het grasveld voor het asielzoekerscentrum in Ter Apel af.
Een paar minuten eerder had hij ruzie met een man die zijn been in het gips heeft. Nu lijkt hij naar hem op zoek.
Op blauwe slippers sloft hij het veldje af; zijn ogen half dicht, speeksel in zijn mondhoeken. Beveiligers volgen hem van een afstandje, maar grijpen niet in.
Op het terrein voor het aanmeldcentrum van Ter Apel kijkt niemand meer op van dit soort incidenten. Vrijdag besloten hulpverleners van het Rode Kruis en VluchtelingenWerk hun werkzaamheden op het veld te beëindigen, ze voelen zich niet langer veilig. Ze waren er sinds eind mei, toen COA ‘gecontroleerde toegang’ invoerde, omdat het centrum al tijden overvol was. Alleen kwetsbare mensen mogen naar binnen, (jonge)mannen moeten voor de poort – soms dagenlang – wachten tot er een plek is om asiel aan te vragen.
Maandag greep de minister in: pas gearriveerde asielzoekers voor wie geen plek is, worden opgevangen in een kantoor aan de rand van het terrein. Zo hebben de wachtenden minder hinder van overlastgevers. Bovendien konden de vrijwilligers van het Rode Kruis daar weer komen.












