Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft donderdag ingestemd met de invoering van de zogeheten Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring. Als de wet ook door de Eerste Kamer komt, mag er meer dwang worden gebruikt bij de uitzetting van uitgeprocedeerde asielzoekers en kunnen ze bij weigering te vertrekken een boete krijgen. Aan de wet werden twee maatregelen toegevoegd die oorspronkelijk in de asielnoodmaatregelenwet stonden, die in april definitief werden verworpen. Die wet werd opgesteld door de voormalige minister van Asiel en Migratie Marjolein Faber (PVV).

Het gaat om de ongewenstheidverklaring en de afschaffing van dwangsommen. Een asielzoeker die crimineel gedrag vertoont – bijvoorbeeld meedoet aan een vechtpartij of iets steelt – kan ongewenst worden verklaard en moet Nederland verlaten. Dwangsommen die de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) aan asielzoekers moet betalen die langer dan de voorgeschreven tijd wachten op een beslissing, worden afgeschaft.

Zo kan een groot deel van de maatregelen die in de asielnoodmaatregelenwet van Faber stonden, met een omweg alsnog worden aangenomen. Een deel via het wetsvoorstel dat de Tweede Kamer donderdag behandelde, en een deel via het Europese asiel- en migratiepact dat op 12 juni ingaat. Daarin is bijvoorbeeld opgenomen dat de geldigheid van verblijfsvergunningen wordt ingekort van vijf naar drie jaar – een maatregel die óók in de asielnoodmaatregelenwet stond.