Lijdt u al aan oranjekoorts? Het zou een zalig soort lijden moeten zijn – het obsessieve, verlangende, bezeten soort lijden. Een koorts zo hoog dat je er gek genoeg van wordt om iets te kopen dat een juichjack heet. Maar alle oranje supermarktreclames ten spijt, lijkt Nederland nog niet veel verder te komen dan een beetje verhoging. Dinsdag, de dag voorafgaand aan uitzwaaiwedstrijd Nederland-Algerije, had EenVandaag (AVROTROS) alvast gepeild hoeveel Oranjefans dit jaar van plan waren het WK over te slaan vanwege gastland Amerika: tien procent.
(Omdat ze nu toch bezig waren, was het opiniepanel ook maar gevraagd hoe ver Nederland in de wedstrijd zou komen. De grens tussen een opiniepanel en een voetbalpool blijkt in de praktijk best smal. Voor wie het weten wil: negen procent van het EenVandaag-opiniepanel is van mening dat het Oranje-elftal kampioen zal worden.)
Bij mij stond het oefeninterland woensdagavond in elk geval niet aan, al moet ik toegeven dat dat er vooral mee te maken had dat ik geen zin had om te googelen wat een oefeninterland is. Thuis keek ik nog weleens voetbal met mijn vader, daarna woonde ik nooit meer samen met iemand die interesse had in sport. Ik wacht al jaren tot de oranjekoorts terugkeert – vergeefs. Wat is de lol van een WK als niemand opspringt van de bank om hartstochtelijk „óóów” te roepen, met de handen in het haar, wanneer de bal wel héél dicht bij het doel komt? Dan kun je net zo goed wat anders kijken.















