Zoveel zenders, zoveel programma’s, zoveel gastheren (en een enkele gastvrouw) en toch draaide het overal maar om één vraag, gericht aan Marokkaanse-Nederlanders: hoop je dat Nederland of Marokko wint? Dat we in juni 2026 leven en niet september 2001 hadden ze bij de publieke omroep nog enigszins door. Daar werd het ongemak rondom de vraag onhandig weggewerkt door er een andere vraag aan te koppelen: wat zegt het dat ‘we’ die vraag stellen. Het bleek dé manier om de vraag toch te kunnen stellen. Dat was kennelijk nodig, zeker omdat voormalig PSV’er Ibrahim Afellay zondagavond had gezegd voor Marokko te zijn, terwijl hij 53 interlands voor Oranje had gespeeld.
Daar waren veel Nederlanders boos over, maar de wedstrijd is dan ook „een cultuurclash”, omschreef EenVandaag de voetbalnacht. Dat was te voelen in de Haagse wijk Transvaal waar ze op reportage waren. Mensen werden daar moe van de vraag, merkten ze daar op. Maar voetbal is nu eenmaal oorlog, dus de vraag moest toch gesteld. „De spanning is voelbaar, want je leeft in een multiculturele wijk”, stelde een bewoner die de straat knaloranje had versierd waarbij hij geen steen ongekleurd had gelaten. Hij hoopte er maar het beste van, ook voor zichzelf, want van de zenuwen rookte hij nu vier pakjes sigaretten per dag.














