In Brussel is zojuist het Europese pakket voor technologische soevereiniteit gepresenteerd, waar NRC eerder deze week al over schreef. Het is een omvangrijke collectie maatregelen. In sommige gevallen gaat het om het actualiseren van wetten die er al zijn.

Europa wil een open economie blijven en niet protectionistisch worden, benadrukte Eurocommissaris Henna Virkkunen van tech-soevereiniteit. „Maar zij moet ook eigen keuzes kunnen maken.” Dat lukt nu onvoldoende, omdat meer dan tachtig procent van de digitale producten en diensten die Europa gebruikt buiten de EU wordt ingekocht. Dat is het gevolg van decennia aan keuzes, zei ze. Die maakten dat Europa meer ging „consumeren dan produceren”‘.

Wat valt verder op in het pakket?

Het is te laat om een wereldleider te worden in de ontwikkeling van AI. That ship has sailed. Maar de EU zou nog wel „de strijd om de adoptie en inzet van AI kunnen winnen”, stelt de Commissie. Want in het toepassen van AI verschillen bedrijven en burgers in de VS en de EU amper van elkaar. Sommige Europese landen (bijvoorbeeld Zweden) zijn er verder mee dan Amerika.

Voor chips en halfgeleiders geldt ongeveer dezelfde redenatie. Europa heeft traditioneel een sterke industriële basis. Die moet zich herpakken en versterken door meer AI en chips te gebruiken, vind de Commissie. Daarvoor is meer leveringszekerheid nodig. Een aantal maatregelen om de sector te versterken en te bereiken dat het Europese marktaandeel in de productie van halfgeleiders stijgt, komt in een geactualiseerde wet, de Chips Act 2.