Het nieuwe Brusselse buzzword is soevereiniteit. Een eigen koers varen zonder de indruk te willen wekken dat er actief wordt ontkoppeld van de Verenigde Staten. Daarvoor is de afhankelijkheid immers te groot, op allerlei vlakken, van industrieel tot defensie.

Woensdag presenteert de Europese Commissie haar soevereiniteitsagenda. Een techpakket dat Europa overeind moet houden in de huidige AI-stormen in de geopolitieke wedloop. Over het winnen van de race wordt in Brussel al niet meer gerept.

Commissievoorzitter Ursula von der Leyen schetste het in september al onomwonden in haar jaarlijkse ‘State of the Union’-rede: „Europe is in a fight” en „dit moet het moment zijn waarop Europa zijn onafhankelijkheid verwerft”. Naar het meermaals uitgestelde pakket is daarom lang uitgekeken. Een conceptversie circuleert al onder betrokkenen en is in het bezit van NRC.

Europa staat volgens de Europese Commissie op een „bepalend moment” als het gaat om het zekerstellen van technologische soevereiniteit. De EU is momenteel structureel afhankelijk van niet-Europese aanbieders voor 80 procent van zijn digitale producten, diensten, algehele infrastructuur en intellectueel eigendom, zo begint de tekst. En: „De Europese weg naar technologische soevereiniteit moet worden versterkt.”