De inflatie in Europa is verder opgelopen naar 3,2 procent op jaarbasis. De hoge energieprijzen als gevolg van de sluiting van de straat van Hormus, die nu al ruim drie maanden aanhoudt, zijn de aanjagers van de fors hogere geldontwaarding. In navolging van de energieprijzen (waar ook brandstof onder gerekend wordt) beginnen ook de kosten voor diensten op te lopen, schrijft het Europees statistiekbureau Eurostat vanochtend.
Vanochtend publiceerde het CBS ook al een fors hoger inflatiecijfer voor Nederland: de inflatie bedraagt inmiddels 3,5 procent op jaarbasis. Ook in Nederland stegen de prijzen voor energie en brandstof fors: ten opzichte van mei vorig jaar bedroeg de energieinflatie 9,9 procent. Een maand geleden was dat nog 7,9 procent. Omdat veel energie vanuit het buitenland wordt geïmporteerd (zoals brandstof) steeg ook de categorie consumptie uit het buitenland fors: van 3,4 procent op jaarbasis in april naar 5,6 procent nu. De dienstensector – de grootste sector in de Nederlandse economie – zag de prijzen met 4,7 procent stijgen, naar alle waarschijnlijk ook vanwege hogere energiekosten.
De Europese cijfers laten eenzelfde beeld zien voor alle landen van de eurozone. Ook hier trekken de hogere energiekosten (10,9 procent meer dan een jaar geleden) de prijzen van andere goederen en diensten omhoog. Onbewerkt voedsel en diensten zijn met stijgingen van respectievelijk 4,2 en 3,5 procent koploper. Inmiddels zit alleen Malta met een inflatie van 2,1 procent nog in de buurt van de doelstelling van de Europese Centrale Bank. Die probeert de inflatie te beperken tot 2 procent. De meeste eurolanden zitten (ruim) boven de 3 procent, Frankrijk en Duitsland zitten daar nog net onder. Uitschieters zijn Bulgarije (6,3 procent), Griekenland (5 procent) en Litouwen (5,1 procent)












