Wat is moedige wetenschap? Die vraag kregen we donderdag voorgelegd tijdens de Diës van de Koninklijke Nederlandse Akademie van de Wetenschappen, door de onvolprezen Coen Verbraak. Dat betekent dat je niet met een algemeen antwoord wegkomt, maar man en paard moet noemen. In het panel spreekt quantum- en nanowetenschapper Lieven Vandersypen, die zijn nek uitsteekt in zijn vakgebied, dat van de halfgeleidertechnologie en quantumcomputers; rechter Meta Vaandrager, die vindt dat het rechtssysteem niet moet zwichten voor zware criminaliteit en dat rechters ‘dapper’ moeten blijven. En uw columnist.En hoe ben ik moedig? Ik ben historicus, dus plaats moedige wetenschap eerst eens in historisch perspectief (niet moedig, wel fascinerend). Tegenwoordig wordt, zeker in de geestes- en de sociale wetenschappen, moedige wetenschap vaak geïnterpreteerd als ‘speaking truth to power’. Collega’s in het internationaal recht stellen het beleid van Nederland aangaande Israël aan de kaak. Conflictonderzoekers deconstrueren het militair-industrieel complex rondom de oorlog in Oekraïne (en mengen zich uiteraard ook volop in het debat over Gaza). Historici leggen de onderbelichte doorwerkingen van slavernijverleden bloot, inclusief de verstrikkingen van het Huis Oranje-Nassau in het koloniale verleden. En laten we de vele migratieonderzoekers en degenen die opkomen voor climate justice niet vergeten.Dat is allemaal zeker moedig. Hoewel het binnen het domein van de social sciences en humanities soms ook moedig (maar niet per se wetenschappelijk) kan zijn precies het tegenovergestelde te beweren. Maar goed, daarvoor word je dan weer buiten de universiteit op de socials met instemmende spreekkoren vanaf de antiwoke-F-Side toegezongen.Wat hier opvalt is dat moed dus binnen dit domein tegenwoordig vaak wordt gezien als een tweestrijd tussen onafhankelijke wetenschap en een omineuze overheid. Je bent moedig in het aangezicht van een vermeend militair-industrieel complex, een beknellende en controlerende overheid, van manipulatieve bedrijfscongsies dan wel andere vormen van verstikkende elites. Die overheid, dat kan trouwens ook je eigen college van bestuur zijn, waartegen je in opstand komt en sit-ins dan wel bezettingen organiseert.Die tweestrijd is er. En de overheid maakt die dichotomie van wetenschap vs. machthebbers er vaak ook niet beter op, door zoals in het laatste kabinet toch wel behoorlijk de schijn te wekken dat onderwijsbezuinigingen politiek gemotiveerd waren en met name de kritische social sciences en humanities op de korrel namen.Dat is evenwel echt een ontwikkeling van de laatste paar decennia. Misschien wel ooit ingeluid door de herinnering aan het echt moedige verzet tegen de bezetter door een hoogleraar als Rudolph Cleveringa die met zijn protestrede uit 1940 tegen het ontslag van joodse collega’s vele anderen inspireerde (en zelf meteen door de Sicherheitsdienst werd opgepakt).Maar als we verder terugkijken, dan valt op dat wetenschappers voor die tijd moed niet plaatsten in de tweestrijd met de macht per se. En ja, ik ken heus de geschiedenis wel van Hypatia, Copernicus, Galilei, Servetus etc. die zich met hun onderzoek de toornvloek van de officiële kerkelijke autoriteiten op de hals haalden en dat soms met de brandstapel moesten bekopen. Maar er was veel meer dan dat. Neem de moedige wetenschappers van de vroegmoderne tijd. Net voordat de natiestaat onderwijs en onderzoeksbeleid naar zich toe trok, dus van de 17de tot de 19de eeuw.In die tijd was moed en weerbaarheid niet iets van het individu, niet iets van of tegenover de natiestaat (die was er nog niet of amper), maar van de eigen lokale gemeenschap. Net als weerbaarheid. Dat was een kwaliteit die lokaal verankerd was, in een specifieke gemeenschap of gilde, en waar mensen het zonder subsidies van boven met elkaar moesten redden. Wetenschappers ook. Die waren moedig omdat ze tegen bijgeloof en bekrompen tradities in stug doorploegden en eindeloos met eigen geld en tijd moesten investeren in moeizame experimenten. En dat deden ze niet voor citaties, likes of media-aandacht. Het was een dienst aan wetenschap én gemeenschap.Neem Antoni van Leeuwenhoek (1632-1723). Hij werkte onder meer als kamerbewaarder op het stadhuis van Delft en zette al zijn tijd en energie daarnaast in voor het doen van microscopisch onderzoek naar bloed- en haarvaten. Hij gebruikte zichzelf en zijn familie als proefkonijn voor allerlei onsmakelijke experimenten, en deelde onbaatzuchtig zijn microscopen en kennis met de geneesheren in Delft. Of denk aan Menno van Coehoorn (1641-1704) en Simon Stevin (1548-1620). Van Coehoorn was een van de grootste militaire ingenieurs van zijn tijd, en waagde zichzelf in de vuurlinie (en vocht ook mee) om te kijken of de fortificaties die hij had ontwikkeld ook deugden. Stevin legde onder meer de wiskundige onderbouw voor de inundatieverdedigingen, en was niet te beroerd zelf (letterlijk) poolshoogte van het waterpeil in de polder te nemen en te helpen bij de fortificatie van zijn universiteitsstad Leiden.Moed, dat was niet altijd verzet tegen een hogere instantie, tegen een overmacht van kwaadwilligen, waar jij je integriteit en pure principes expressief tegen in stelling bracht. Nogmaals, soms is dat nodig en moedig. Maar niet altijd. Soms is het minstens zo moedig om je zonder veel ophef echt en concreet in te zetten voor de eigen gemeenschap. Stug doorploeteren dus.En soms komt die erkenning dan alsnog. Want als beloning nodigde het Delftse Chirurgijnsgilde hem uit om (kosteloos, de andere figuranten moesten betalen) op hun schilderij, De anatomische les van Dr. Cornelis ’s-Gravesande, plaats te nemen. Daar zien we hem rechts naast de anatoom, met zijn hand over zijn hart uitgebeeld. Waarschijnlijk wilde Van Leeuwenhoek daarmee laten zien dat hij zijn werk deed in nederigheid en eerbetoon aan schepsel en gemeenschap.
Column | Moedige wetenschap
Wat is moedige wetenschap? Die vraag kregen we donderdag voorgelegd tijdens de Diës van de Koninklijke Nederlandse Akademie van de Wetenschappen, door de onvolprezen Coen Verbraak. Dat betekent dat je niet met een algemeen antwoord wegkomt, maar man en paard moet noemen. In het panel spreekt quantum- en nanowetenschapper Lieven Vandersypen, die zijn nek uitsteekt in zijn vakgebied, dat van de…








