Een paar voetstappen en een ongewassen handshake verwijderd van een van de machtigste mannen ter wereld. Collega Milo van Bokkum stond deze week te urineren naast Sam Altman van OpenAI.
Milo was in Oakland voor de rechtszaak tussen Elon Musk en Sam Altman. Die ging over de bedrijfsstructuur van OpenAI en of het bedrijf commercieel of non-profit zou moeten zijn. Maar eigenlijk draaide de zaak natuurlijk om geld en macht, maar ook om de belangrijke vraag wie beslissingen mag nemen over de verdere ontwikkeling van kunstmatige intelligentie. Welke macht ligt waar? En zijn dit de enige twee smaken waaruit we kunnen kiezen?
De jury besloot dat Musk te laat was met zijn aanklacht. Die hoefde daarom niet inhoudelijk behandeld te worden. Zelfs dáár ging het dus niet over de fundamentele vragen.
Het versterkte bij mij het unheimische besef dat veel afhangt van een kleine groep mensen en hun drijfveren, waar niemand grip op heeft. Er verandert veel, maar kaders en houvast ontbreken. In de hoofdrol een groep mannen met een voorsprong op ons allen. Financieel, maar ook in kennis. Wat zetten we daar tegenover?
Dat is een worsteling. Zonder al te filosofisch te willen worden komen sinds het ontstaan van het wereldwijde web steeds dezelfde vragen op. Er is wel een nieuwe virtuele wereld, maar nog geen goede manier om die te besturen. We hebben wel digitale mondiale dorpspleinen, geen wereldwijde democratische organen om het daar een beetje in goede banen te leiden.












