Het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen weigert al vier jaar lang elke medewerking aan een herkomstonderzoek naar ruim 2.100 kunstwerken in de eigen collectie. Het verzoek om dit restitutieonderzoek komt van een voormalige Joodse bank, die aanspraak meent te maken op de kunstwerken. De Joodse aandeelhouders van deze bank verkochten de verzameling in 1940 aan de Rotterdamse zakenman Daniël George van Beuningen, wiens naam op de gevel van het museum prijkt. Dat zouden ze onder druk hebben gedaan, vanwege een dreigende Duitse inval, en voor een bedrag dat volgens de erfgenamen ver onder de reële waarde lag.
Volgens deskundigen is de opstelling van het museum tegenover het restitutieverzoek, een van de grootste ooit in Nederland, uitzonderlijk. In Nederland geldt een ruimhartig restitutiebeleid, maar uit correspondentie tussen Boijmans en de advocaat van de bank Lisser & Rosenkranz blijkt dat het museum al sinds het eerste contact de deur stijf dichthoudt. In 2024 schrijft directeur Ina Klaassen in een brief aan de bank: „The museum sees no reason to engage in a discussion with your clients to explore any kind of solution or compensation.” Zelfs aan een onafhankelijk onderzoek door de landelijke Restitutiecommissie, die uitkomst biedt bij dit soort geschillen, wil het museum niet meewerken.












