Bredius, die tussen 1889 en 1909 directeur van het Mauritshuis was, liet waardevolle kunstwerken na, waaronder Twee Afrikaanse mannen en Saul en David van Rembrandt. Als voorwaarde stelde hij dat de 25 werken permanent zichtbaar moesten blijven. Maar het museum bewaart de meeste schilderijen vanwege een gebrek aan ruimte momenteel in het depot.

Familieleden van Joseph Kronig, een protegé van de ongehuwde Bredius en zijn enige erfgenaam, startten een rechtszaak tegen het museum. Ze wilden de kunstwerken terug, omdat het museum zich niet aan de voorwaarde hield om de werken te tentoonstellen. Hun advocaat noemde het "ondenkbaar dat Bredius zijn beste stukken zou hebben nagelaten als een groot deel onzichtbaar zou zijn".

De rechtbank stelde vast dat er "enige ruimte voor onzekerheid is" over de bewoordingen van het testament van Bredius en dat aan zijn nalatenschap aan het museum niet een "absolute tentoonstellingsplicht" was verbonden.

De advocaat van de familie van Kroning heeft laten weten dat de familie in hoger beroep gaat tegen de uitspraak.

Lees reacties, stel vragen aan de redactie, geef respect en praat mee over het belangrijkste nieuws.