Sinds 2018 neemt het aantal wolven in Nederland toe, en daarmee ook de schade door aanvallen in de veehouderij. Wageningen University & Research (WUR) heeft in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) de economische gevolgen van de aanwezigheid van de wolf in kaart gebracht.
Vorig jaar werden ruim 3.300 dieren gedood door wolven, waarvan 97 procent schaap was. "Dat is landelijk gezien beperkt, het gaat om bepaalde gebieden waar veehouders vaker met aanvallen te maken hebben gehad", zegt onderzoeker Johan Bremmer. Aan de gedupeerde veehouders is bijna 1,5 miljoen euro schadevergoeding uitgekeerd. Ook de uitgaven voor preventieve maatregelen nemen toe. In 2024 is er zo'n 5,3 miljoen euro aan subsidie uitgekeerd vanuit de provincies.
Dat geld gaat bijvoorbeeld naar wolfwerende rasters en hekken, die de kans op een aanval sterk verminderen. Bij 94 procent van alle schadegevallen waren geen of onvoldoende maatregelen genomen. Het is niet altijd duidelijk waarom die maatregelen niet genomen zijn, zegt Bremmer.
Soms ging het om een eerste aanval en nam een veehouder daarna wel maatregelen. Maar sommige veehouders vinden de maatregelen ondanks subsidie te prijzig. "Je krijgt de arbeid die erbij komt kijken namelijk niet vergoed", zegt Bremmer. Daarnaast moeten schaapherders constant hun schapen verplaatsen, en daarmee ook de wolfwerende rasters of hekken. "Dat is een grote onderneming."






