Vanaf zaterdag roei ik in Berlijn de Märkische Umfahrt, een tocht van zo’n 200 kilometer over de rivieren de Spree en de Dahme. Ik verheug me nu al op het weerzien met het Brandenburgse landschap uit de romans van Theodor Fontane en het Köpenick uit Carl Zuckmayers beroemde toneelstuk Der Hauptman von Köpenick (1931) over een oplichter die in dat voorstadje met een troep soldaten een opstand ontketent, het stadhuis bezet en er met de gemeentekas vandoor gaat.

Tijdens die reis laat ik me leiden door de nieuwe en geactualiseerde editie van Piet de Moors Berlijn. Leven in een gespleten stad. Het is de beste literaire en historische gids die ik ken, vooral omdat De Moor veel aandacht besteedt aan schrijvers en andere intellectuelen door de jaren heen, wier werk hij aanhaalt. Daarbij ontkom je nergens aan de Tweede Wereldoorlog, die in Berlijn in vrijwel elke straat zijn sporen heeft getrokken.

De Moor dient heerlijke portretten op van de hoofdrolspelers uit de 20ste-eeuwse geschiedenis, zoals van Stasi-chef Markus Wolf, van wie lange tijd niemand wist hoe hij eruit zag. Ook ontbreken de klagers niet. Zo ergert een Russisch personage in Nabokovs roman De gave zich aan de middelmatigheid van de Berlijners en vindt Fontane hen slonzig gekleed en het eten er ronduit smerig.