In Köpenick roei ik in een wherry Theodor Fontane achterna. In 1874 ging hij hier aan boord van het zeiljacht de Sphinx om zijn Wanderungen durch die Mark Brandenburg voort te zetten op de rivieren de Dahme en de Spree. Honderdvijftig jaar later aanschouw ik hetzelfde landschap als hij. Zo vaar ik bij Grünau de Regattastrecke op, waar ook toen al roei- en zeilwedstrijden werden gehouden. Ik zou willen weten wat hij van de megalomane regattatribune zou hebben gevonden die Hitler voor de Olympische Zomerspelen van 1936 had laten bouwen voor 9000 toeschouwers. Maar ik moet genoegen nemen met Daniel James Browns De jongens in de boot, een roman over de Amerikaanse acht die ondanks tegenwerking van de nazi’s in 1936 goud won. Alleen al door op hetzelfde water als die acht te roeien is deze tocht een historische sensatie.
Met Fontane in gedachten vaar ik over rivieren en meren, die met elkaar verbonden zijn door sluizen en Bootschleppen. Op lyrische toon beschrijft hij de jacht op reigers, de schoonheid van de verstilde moerassen, eikenbomen en kronkelende zijriviertjes. Ook vertelt hij over de lokale adel en spreekt hij boeren en vissers. Net zoals de bemanning van de zeven andere Nederlandse wherry’s op deze tocht stap je daardoor het Brandenburgse verleden binnen.








