Op X zou een wetenschapper het ontstaan van een hetze kunnen analyseren aan de hand van de volkswoede over de Ferrari Luce. Een handvol reaguurders en opiniemakers begint boe te roepen, andere twitteraars haken aan. Tegensprekers vinden een groeiende menigte tegenover zich die afwijkende standpunten agressief ontmoedigt. Zodra de bandwagon op gang is, beginnen Ferrari-veteranen als oud-ceo Luca di Montezemolo de opstandelingen naar de mond te praten. Dan haken de media aan en is de eerste elektrische Ferrari binnen 24 uur gebrandmerkt als de lelijkste auto of Stomste Ferrari ooit.
Dat is hij helemaal niet. Een raar ding is het zeker en voor ambivalente gevoelens over het ontwerp mag begrip zijn. De Luce dissoneert nogal met de lage, brede, elegant vormgegeven sportwagens die je van Ferrari kende, al verkoopt het merk sinds drie jaar ook een suv, de Purosangue. Maar die rijdt op benzine en produceert bij optrekken de herrie die de liefhebbers verlangen, niets aan de hand.
De door ex-Apple-ontwerper Jony Ive (bekend van de iPhone en iPad) ontworpen Luce heeft een tweezijdig probleem. Hij is én elektrisch én een stijlbreuk met de Ferrari-esthetica. Hij heeft een grove, energiek opwippende koets die je door de ronde achterlichten nog net herkent als een Ferrari. Zijn profiel met de hoog oprijzende carrosserie herinnert meer aan een van de roemruchtste ontwerpen van het Italiaanse designhuis Zagato, de Alfa Romeo SZ. Die auto was als cabrio (dan heette hij RZ) noch als coupé een schoonheid, wel een karakteristieke vorm die bleef hangen. Maar op het eerste gezicht is de Luce net als de SZ een nogal plomp geval.










