Halverwege april 2020 viel De Jonge op een persconferentie thuiszorgorganisatie Buurtzorg af, die uit voorzorg juist wél mondmaskers aan personeel had gegeven. Hij zei te betwijfelen of dat verstandig was.
Het preventief dragen van een mondkapje was op dat moment niet nodig volgens het RIVM. Wie dat toch deed, deed dat volgens De Jonge ten koste van een ander. "Ieder voor zich, zo werkt het echt niet", zei hij destijds.
Uit vrijgegeven e-mails blijkt dat De Jonge met die boodschap kwam op verzoek van Conny Helder, die op dat moment bestuurslid van branchevereniging Actiz was. Twee jaar later werd ze minister voor Langdurige Zorg.
In de mails vroeg Helder de zorgminister expliciet te zeggen dat het preventief gebruik van mondkapjes "bewezen zinloos" is. Die bewering is niet wetenschappelijk onderbouwd. Ook zei ze dat het "goed, of zelfs nodig" was dat Buurtzorg zou worden aangesproken op het preventieve gebruik van mondkapjes.
Het verzoek kwam op een belangrijk moment in de pandemie. Veel patiënten in verpleeghuizen overleden aan corona. Medewerkers in Duitse verpleeghuizen kregen ongeacht de wereldwijde schaarste het advies om preventief mondkapjes te dragen. In Nederland bepaalden de RIVM-richtlijnen dat mondmaskers in de ouderenzorg alleen nodig waren bij patiënten met een coronaverdenking.












