De politieke crisis die Bolivia al weken in zijn greep houdt, is niet zozeer zichtbaar in het parlement, maar in de steile straten van hoofdstad La Paz, voorstad El Alto en een groeiend aantal andere steden. Daar drommen demonstranten samen, werpen ze wegblokkades op en verzetten ze zich tegen de oproerpolitie, die hen met traangas uit elkaar probeert te drijven. Ze eisen het vertrek van president Rodrigo Paz Pereira, die pas zes maanden geleden werd ingezworen.
„Neem ontslag Rodrigo!” en „Nee tegen de privatisering van Bolivia!”, staat op grote spandoeken. De protesten worden georganiseerd door vakbonden en boerenorganisaties. Aanhoudende wegblokkades hebben geleid tot tekorten aan voedsel, benzine en medicijnen. Bolivia is geografisch extreem afhankelijk van enkele bergwegen tussen hoogland en steden. Daardoor kunnen relatief kleine protestgroepen het land stilleggen.
De onvrede is terug te voeren op het aantreden van president Rodrigo Paz Pereira, voorman van de Christendemocratische partij, die zichzelf centrumrechts noemt. Met zijn verkiezingswinst kwam in het najaar een eind aan ruim twintig jaar socialistisch bewind van de MAS-partij (Movimiento al Socialismo), die jarenlang onder leiding stond van Evo Morales, de eerste inheemse president van Bolivia.














