Ondanks haar ouderdom en fysieke malheur staat Agatha Bock (1934) nog dagelijks in haar tuin. De hoogbejaarde Canadese wordt in Agatha’s Almanac geportretteerd door haar nicht Amalie Atkins, filmmaker en kunstenaar. Ze volgde Agatha over een periode van zes jaar. Net als het wekelijkse BBC-tuinprogramma Gardeners’ World begint Atkins haar innemende documentaire met natuurgeluiden: tjilpende vogels, het ritmisch vallen van regendruppels op bladeren. Dan schuifelt de kromgebogen Agatha door het beeld en somt recht in de camera kijkend haar drie regels voor tuinieren op, waarvan de laatste luidt: „have fun!”.
En plezier heeft ze, dat wordt wel duidelijk. Als ze in het ziekenhuis heeft gelegen, wil ze niet naar haar van alle gemakken voorziene huis in de stad maar toch echt weer terug naar de afgebladderde boerderij waar de familie Bock al generaties woont. Tussen de tuinadviezen door vertelt Agatha op nuchtere toon over haar leven, van afgewezen huwelijkskandidaten tot dode familieleden. Het verhaal over haar vroegtijdig gestorven zussen zet Atkins ontroerend kracht bij door lege tuinstoelen te filmen.
Zorgen vallen subiet van je af
Tuinieren blijkt in de bioscoop net zo onthaastend en meditatief als op tv. Dat de BBC Gardeners’ World op vrijdag uitzendt is geen toeval: het eind van de werkweek. Door het weldadige tempo en de afwezigheid van al te veel prikkels vallen zorgen subiet van je af en stroomt de opgehoopte stress van een drukke week voelbaar uit je lijf. Net als bij het even meditatieve snooker op de BBC praten de presentatoren op zachte toon, muziek ontbreekt. Het is dan ook jammer dat Agatha’s Almanac wel muziek bevat, al zijn dat naast een dromerig liedje slechts simpele, bijna naïeve op keyboards gespeelde melodieën. Die eenvoud past bij de zelfstandige Agatha, wier levensstijl zelfvoorzienend is. Ze hergebruikt van alles, heeft geen mobiele telefoon en wast haar haren in teiltjes regenwater.












