De eerste landstitel in dertien jaar. Het zorgde maandagmiddag voor een ongekende euforie bij de hockeyers van Rotterdam. Spelers vlogen elkaar om de nek. Toch stond langs de kant iemand die de hoofdprijs nóg intenser leek te beleven: coach Erik van Driel.
In januari van dit jaar kondigde de club aan na het seizoen afscheid van hem te nemen. De clubleiding sprak van „een strategische afweging”. Voor de volgende fase van de club zochten ze „een ander type coach”. Maar uitgerekend de vertrekkend coach leidde de club op tweede Pinksterdag naar de hoofdprijs, in eigen huis.
Dat gebeurde niet met het vloeiende aanvalsspel dat zijn team dit seizoen vaak liet zien. Daarvoor was de spanning te groot, de temperatuur te hoog en het aantal fouten te talrijk. International Thijs van Dam was op het middenveld wel opnieuw de motor van de ploeg, die wordt gekenmerkt door veel positiewisselingen en snelheid op het middenveld en de voorhoede. „Dat is onze kracht, maar het kan ook onze zwakte zijn, onze valkuil”, vertelde aanvaller Tjep Hoedemakers na de winst in de eerste halve finalewedstrijd tegen Pinoké (1-2).
Wie de statistieken van het seizoen bekijkt, ziet wat de international bedoelt. Geen team in de hoofdklasse scoorde meer in de 22 competitiewedstrijden dan Rotterdam: liefst 88 keer. De keerzijde van het attractieve spel is dat tegenstanders vaak kansrijk zijn in de tegenstoot na balverlies van Rotterdam.












