‘The singing budgie’ noemde de Britse pers haar. De zingende parkiet. Wij argeloze kinderen van de jaren tachtig waren blij met de komst van Kylie Minogue, een popster zo zonnig en aanraakbaar dat ze vanaf haar eerste hit ‘I Should Be So Lucky’ (1987) een vanzelfsprekende aanwezigheid in de Top 40 vormde – maar de serieuze muziekpers lustte haar niet. Minogue was een negentienjarige soap-actrice uit Australië met een vibrerende sopraanstem en een eeuwige glimlach wier hits uit de muziekfabriek van Stock, Aitken and Waterman kwamen: lager kon het niet, in de strenge culturele pikorde van die dagen.
Een kleine veertig jaar later straalt Minogue’s ster nog steeds. In 2020 stond de teller op meer dan 80 miljoen verkochte platen. Veelzeggender is het hoge aantal Kylie-hits uit vijf achtereenvolgende decennia: clubknallers als ‘Can’t Get You Out of My Head’ (2001), ‘In Your Eyes’ (2002), ‘Slow’ (2003), ‘All the Lovers’ (2010) en, recentelijk nog, ‘Padam Padam’ (2023), waarmee Minogue ook door de TikTok-generatie werd ontdekt. In de nieuwe, driedelige Netflix-documentaire waarmee haar status als popprinses (Madonna is de koningin, in dit universum) wordt bestendigd doet Minogue bijna wegwerpend bescheiden over haar eigen schrijf- en zangtalent, maar haar neus voor goede popmuziek valt niet te betwisten. Een Kylie-liedje herken je meteen. Haar perfecte styling en sterke live-act doen de rest.












