Het speelt steeds door het hoofd van bokstrainer François Lubbers: wisten ze bij de IND wat ze deden, toen ze Ali terug naar Libanon stuurden? Was het toen veilig, of was het allang al niet meer veilig?
„Acht maanden voordat hij terugging is het huis van zijn ouders geraakt bij een bombardement”, zegt Leonine Brünink, die Ali leerde kennen bij kickboksles en voor wie hij „een klein broertje” werd. „Ik heb de foto’s gezien, zijn vader moest naar het ziekenhuis. In de periode dat hij hier was, zijn daar vier vrienden van hem omgekomen.”
Ali Dia, toen 20 jaar, kwam op 17 oktober 2022 per vliegtuig via Griekenland aan in Nederland. Op 8 december 2025 stapte hij in Duitsland op het vliegtuig om terug naar Libanon te gaan.
Ali was lief, beleefd, respectvol, een beetje verlegen, zeggen de mensen die hem leerden kennen in de drie jaar dat hij in Nederland was. Een harde werker, die aanpakte wat hij kon krijgen. Hij was maaltijdbezorger, keukenhulp, schoonmaker, bouwvakker. Soms verdiende hij ver beneden het minimum – 50 euro zwart voor een dag op de bouw, hoorde Brünink eens, „en dat wilden ze dan ook nog halveren” – maar hij stuurde altijd geld naar huis.
Maar bovenal was Ali een fanatieke bokser en kickbokser, „klein van stuk, maar een sterke jongen”, zegt Lubbers. „Hij deed er alles voor om prof te worden. Hij schreeuwde het bijna van de daken: ik wil kampioen worden. Ik heb hem een paar keer naar huis moeten sturen omdat ik hem te veel in de gym zag. Hij wilde zo graag dat hij zichzelf naar de klote aan het helpen was.”







