Over een paar weken vlieg ik naar de Verenigde Staten om het WK voetbal te verslaan. Toen ik dat aan een vriend vertelde, zei hij: „Geniet van wat ik hoop dat het slechtste, ongelukkigste WK aller tijden wordt.” Ik zie er inderdaad tegenop.
Om een journalistiek visum te krijgen, moest ik mijn socialemediageschiedenis opgeven – vermoedelijk een manier om Trump-tegenstanders te intimideren. Donald Trump zelf dreigt de hoofdfiguur te worden van het grootste mondiale media-evenement, met FIFA-president Gianni Infantino als zijn trouwe vazal. Hoewel de ticketprijzen op online-verkoopplaatsen momenteel kelderen, zijn ze nog steeds schandalig hoog. En Mexicaanse of Colombiaanse Amerikanen die straks in teamshirts in een bar hun team willen aanmoedigen, – het normaalste dat je tijdens een WK kunt doen – lopen het risico door de immigratiepolitie ICE te worden opgepakt en gedeporteerd. Volgende week begin ik aan een theatertour van Nederland met als thema ‘De Macht van het WK’, en ik weet al wat steeds de eerste vraag uit het publiek wordt: ‘Moeten we het toernooi niet boycotten?’
Toch denk ik dat de wereld van het WK gaat genieten – en gelukkig maar. Het toernooi is niet van Trump of Infantino. Het ontstijgt hen. Meer dan welk ander evenement doet het WK iets om landen te verenigen – zelfs om de wereld te verenigen. Bovendien kan het toernooi evengoed tégen een leider als Trump worden gebruikt.







