De FIFA Peace Prize was nog maar nauwelijks uitgevonden, of de voorzitter van wereldvoetbalbond FIFA Gianni Infantino hing de eerste al om de nek van Donald Trump. Bij de uitreiking van de prijs in het Kennedy Center in Washington DC in december stelde Infantino de Amerikaanse president voor als een zorgzame wereldleider. „Dit is wat we willen van een leider”, zo probeerde Infantino bij Trump in het gevlij te komen. „Iemand die om mensen geeft.” Drie dagen eerder had Trump Somalische immigranten „vuilnis” genoemd en gezegd dat het land waar ze vandaan kwamen stonk.
Het zijn woorden van een president wiens land deze maand 78 van de 104 WK wedstrijden organiseert en daarmee als poortwachter optreedt van wat als mondiaal voetbalfeest wordt verkocht. Het WK van 2026, dat op 11 juni begint, wordt groter dan alle eerdere edities, met 48 landen in drie gastlanden: de VS, Mexico en Canada. Maar wie kan er straks bij zijn? Voor veel supporters wereldwijd liep een potentiële WK-ervaring vast op het prijskaartje: dure tickets, dure hotels, dure reizen.
Voor voetballiefhebbers in het Afrikaanse continent kwam een oude vraag bovendrijven: wat is hun paspoort waard? Een Duitse, Spaanse of Japanse fan kan vaak met ESTA, de eenvoudige digitale visumaanvraag, naar de Verenigde Staten reizen. Veel Afrikaanse supporters moeten de gebruikelijke visumroute volgen: een aanvraag, een interview bij de ambassade, financiële stukken voorleggen en aannemelijk maken dat zij na het WK weer vertrekken.










