Gianni Infantino beweerde het vorige zomer met de grootst mogelijke stelligheid. „Iedereen is volgend jaar welkom bij het WK in Canada, Mexico en de Verenigde Staten.” De president van wereldvoetbalbond FIFA, de organisator van het toernooi, hoorde er „veel misverstanden” over, zei hij tijdens de jaarvergadering van de Afrikaanse continentale bond CAF in augustus. „Het is goed om dat even recht te zetten.”
Het is natuurlijk onvermijdelijk dat fans te maken krijgen met een „proces dat ze moeten doorlopen voor een visum”, hield de Zwitserse voetbalbaas zijn publiek in de Keniaanse hoofdstad Nairobi voor. „Maar dat proces gaat vlotjes verlopen, en garandeert dat iedereen die zich kwalificeert [naar het WK] kan komen met fans”. Hij sprak van een toernooi dat „de wereld zal verenigingen”. Een gelegenheid die „teams en landen samenbrengt”.
Van die gastvrijheid is, nu het wereldkampioenschap op het punt van beginnen staat, voorlopig weinig te zien. Vrijwel elke dag verschijnen er berichten over buitenlandse bezoekers die bij de Amerikaanse douane worden tegengehouden of teruggestuurd.
Vooral reizigers uit landen waarvoor in de VS doorgaans een inreisverbod of flinke beperkingen gelden, hebben moeite om binnen te komen. Aymen Hussein, aanvaller van het Iraakse nationale voetbalelftal, werd afgelopen zaterdag zeven uur lang ondervraagd door de Amerikaanse grenspolitie voordat hij het land in mocht. De fotograaf die met het team meereisde, kwam het land niet in.













