De Judaskus voelt ook prettig. Max Peuten (27) heeft als Jezus in de Passiespelen heel veel tekst. Dat hij ongeveer halverwege de toneelopvoering een zoen krijgt van zijn vriendin Nikki Smedts (31) is dan ook iets om kracht uit te putten, zegt hij.
Bijna alles aan dit duo zou in een groot deel van de geschiedenis van de Passiespelen in Tegelen ondenkbaar zijn geweest. De samenwonende Peuten als Jezus, laat staan Smedts als Judas. En dan is er nog hun losse band met het geloof.
Voor echt belijdende katholieken moet je bij hun grootouders zijn. Smedts zingt in haar baan als muziektherapeut voor dementerende ouderen wel geregeld religieus getinte liedjes. En wat beiden meenemen uit het rooms-katholicisme en de tekst van de komende Passiespelen is wat ze „de kern van alles” noemen. „Doe goed en heb lief. Wat veel lastiger is dan je denkt”, zegt Peuten, werkzaam als onderwijsassistent op een middelbare school.
De traditie van openluchttheater in Tegelen begon dit jaar een eeuw geleden. Religieuze stukken lagen destijds voor de hand in het Noord-Limburgse dorp, dat ademde in alles het Rijke Roomse Leven. Vanaf 1931 koos Tegelen definitief voor het lijdensverhaal van Jezus Christus, met opvoeringen met tussenpozen van doorgaans vijf jaar in het speciaal gebouwde openluchttheater De Doolhof (1300 zitplaatsen). Het regionaal amateurspektakel verwierf door de decennia heen nationaal faam. Veertigduizend toeschouwers of meer in eenjaar is heel gewoon. Vijf jaar geleden was het nog niet de helft, maar dat had te maken met coronamaatregelen.















