Musicals – daar begon het mee. Als kind was Tessa Jonge Poerink al fan van Simone Kleinsma, op oude opnames is te horen hoe ze vol overgave Nederlandse vertalingen van liedjes uit Mamma Mia! zingt. Dat was de eerste ambitie, de oorspronkelijke droom: musicalster worden. „Toen ik op een gegeven moment wat ouder werd, veranderde dat in: ik wil actrice worden, ik wil toneel doen. Dat vond ik blijkbaar interessanter”, blikt Jonge Poerink (inmiddels 34) nu terug. We zitten in een van de vele halfverborgen kamers van Koninklijk Theater Carré in Amsterdam. Straks moet ze terug naar de grote zaal, waar lange dagen worden gemaakt in aanloop naar de première van The Little Big Things. Toch een musical. Haar eerste.

Niet dat de musicalliefde ooit echt is verdwenen. Ze vindt het ook lastig te zeggen waarom de ambitie veranderde van ‘musicalactrice’ naar ‘actrice’. „Ik denk dat musicals – niet álle musicals, maar toch veel – meer gaan over spektakel”, zegt ze; „over op een positieve manier een verhaal vertellen. En ik houd van wat activistischer toneel.” Zo was Jonge Poerink, die in 2016 afstudeerde aan toneelschool ArtEZ, onder meer te zien in producties over schoonheidsidealen, gendernormen en grote vragen rond identiteit, zoals In mijn hoofd ben ik een dun meisje (2015), Queer Planet (2022) en Trojan Wars (2021).