Na meer dan twintig jaar neemt de VVD volgende maand een nieuw Liberaal Manifest aan. Dat is de ideologische grondslag van de liberale partij, je leert hoe de VVD naar de mens, de wereld en naar zichzelf kijkt. Vergeleken met het vorige manifest, uit 2005, zijn de verschillen niet groot, hooguit zijn de uitgangspunten wat opgefrist. Dat is niet zo gek. Het liberalisme bestaat als politieke stroming sinds de negentiende eeuw en de wortels zitten in het achttiende-eeuwse verlichtingsdenken. Geen reden, lijkt het, om heel radicaal van koers te wijzigen.
Het is alleen moeilijk de letter van het Liberaal Manifest te combineren met de geest van de hedendaagse VVD. De tekst (formeel nog een concept) is een lofzang op het vrije individu, op ontplooiing en initiatief. Er staan zinnen in als: „De overheid moet luisteren naar de burgers en rekening houden met minderheden.” Of: „De democratische rechtsstaat biedt ons de beste waarborgen voor een vrije, gelukkige toekomst.” Of: „Instituties kunnen burgers beschermen tegen willekeur en onrechtvaardigheid.”
De VVD zou in het politieke bestel de partij kunnen zijn, of móéten zijn, die voor het belang van individuele vrijheid en de democratische rechtsorde opkomt. Maar de afgelopen jaren is de VVD in stijl, toon en gedrag diepgravend veranderd. Van een verantwoordelijke rechts-van-het-middenpartij heeft de partij, in ieder geval landelijk, een afslag naar het rechts-populisme genomen. Uit kennelijke angst voor het groeiende uiterst rechtse blok in de Tweede Kamer (PVV, FVD, JA21, BBB, Groep Markuszower) is de VVD deze vleugel gaan imiteren, in plaats van voor de eigen waarden of ideologie te staan.










