Deze zaterdag is het negenjarig jubileum van Het Poepincident. Ik had er al lang niet meer aan gedacht, maar Tom Dumoulin begon er zelf over in zijn theatershow waar ik onlangs was, en toen heb ik de beelden nog eens teruggekeken. 23 mei 2017, de koninginnenrit: plots smijt de man in de roze trui zijn fiets in het gras in de berm. Trui uit, helm af (onlogisch, op zich, een helm hoeft niet af tijdens het poepen), broek naar beneden.

De consternatie, ik voel ‘m nog. Die arme Tom. Dumoulin verloor tijd, maar niet zoveel dat hij in de slottijdrit naar Milaan niet alsnog de Giro naar zich toe kon trekken, en nationale sportgeschiedenis kon schrijven. Daarmee werd Het Poepincident in plaats van een sportief drama godzijdank een verhaal dat vooral voor besmuikt gegrinnik zorgt.

Zoals alles wat met poep en pies te maken heeft. Hier in Nederland zijn wij verheugd om de goede prestaties van Thymen Arensman, maar in België zijn ze in de ban van De Plasbidon. Er schijnen renners te zijn die in bidons urineren tijdens de Giro die nu gereden wordt, omdat het langs de kant van de weg steeds vol mensen staat. En plassen waar publiek is mag niet, op straffe van een boete.

Slimme oplossing dus, je plasje in een bidon laten lopen. Maar wat het met die bidons is: die worden weggegooid, en dat mag dan weer alleen op plekken waar publiek staat, op straffe van een boete als je dat niet doet. Want als er publiek staat verdwijnen de dingen niet in de natuur maar worden ze opgeraapt als souvenirs, vooral door kinderen.