Op ieder dorpsplein in West-Kazachstan herinneren standbeelden van manshoge oliedruppels, jaknikkers en kromgebogen oliewerkers aan de olierijkdom die er onder de droge aardkorst schuilt. Het landschap ademt olie: kilometers lange olieleidingen kringelen over de monotone steppe, fakkels en opslagtanks steken als spelden uit de vlaktes.
Monument ter ere van de oliearbeiders van Zhanaozen. Foto AURELIEN GOUBAU
Op die steppe, waar alle verkeersborden in het Cyrillisch zijn geschreven, voelt Europa „heel ver weg”, zegt de Belgische fotograaf Aurélien Goubau (1996). Toch reisde hij afgelopen december naar dit afgelegen gebied, omdat het direct verbonden is met Europa – via een pijpleiding die de olie die daar wordt gewonnen naar westerse markten vervoert. Goubau raakte geïnspireerd voor deze reis door een onderzoeksverhaal in NRC over ziekte, corruptie en milieuschade door de Kazachse oliewinning.
Portret van een oliearbeider in het dorp Aqsai, naast het olieveld van Karachaganak vlak bij de Russische grens. Foto AURELIEN GOUBAU
Sinds Europa na de invasie van Oekraïne de import van Russische olie aan banden legde, is het sterk afhankelijk geworden van Kazachse olie, die daar onder meer gewonnen wordt door Shell. De import verdubbelde, Kazachstan staat nu in de top-drie van olieleveranciers aan Europa. Europa haalde ook al voor de blokkade van de Straat van Hormuz meer olie uit Kazachstan dan uit Saoedi-Arabië.









