In Nederland zijn vrouwen de afgelopen twintig jaar 15 procent meer gaan werken buitenshuis, terwijl mannen maar 0,4 procent meer zorgtaken zijn gaan verrichten. Ook de loonkloof blijft hardnekkig: vrouwen verdienen per uur gemiddeld zo’n 10,5 procent minder dan mannen, aldus het CBS.
En dat terwijl vrouwen inmiddels in de regel hoger opgeleid zijn en sneller afstuderen, met gemiddeld betere resultaten dan mannen. In de leeftijdsgroep van 20 tot 35 jaar verdienen vrouwen dan tegenwoordig ook iets meer. De inhaalslag die ze maken, stagneert zodra er eventueel kinderen komen. Bij de geboorte van een eerste kind gaat 45 procent van de moeders minder werken, of stopt helemaal, terwijl 75 procent van de vaders fulltime blijft werken.
Alleen al de tijdelijke loopbaanonderbreking vanwege zwangerschap zorgt ervoor dat de inkomensverschillen groter worden, net als het feit dat mannen vaker leidinggevende en dus beter betaalde functies hebben. Bovendien werken vrouwen vaker in sectoren met een gemiddeld lager salaris, zoals de zorg en het onderwijs.
Hoe je het ook wendt of keert: daar zit iets scheef. De ongelijke inkomensverdeling kan voor een uitdaging op relatiegebied zorgen. Want hoe houd je het gelijkwaardig, als de verschillen zo groot (kunnen) zijn?










