Nederland wordt steeds meer een land van mantelzorgers. In de tien jaar na 2014 steeg hun aantal van 4,5 miljoen naar ruim 5,6 miljoen mensen, oftewel van 33 naar 39 procent van de bevolking. Vrouwen zijn nog altijd oververtegenwoordigd – 41 procent verleent mantelzorg – maar mannen maakten een inhaalslag: van 28 procent in 2014 naar 37 procent in 2024. Ook de tijd die wordt besteed aan mantelzorg nam toe: van 6,4 uur per week in 2014 naar 7,2 uur per week in 2024. Dat meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in het donderdag verschenen rapport Mantelzorg in beweging, kerncijfers en trends, 2014-2024.Het SCP definieert mantelzorg als ‘alle hulp aan bekenden met gezondheidsproblemen’. De meeste mantelzorgers helpen hun ouder wordende vader, moeder of partner. Ze rijden hen naar de huisarts, doen boodschappen, helpen met inname van medicijnen, met douchen, met de administratie.Het rapport leest als een weerspiegeling van demografische en maatschappelijke veranderingen in de laatste tien, twaalf jaar. Driekwart miljoen 65-plussers kwamen er sinds 2015 bij, onder wie tweehonderdduizend tachtigplussers. Meer gezondheidsproblemen, meer dementie. En conform het overheidsbeleid wonen ook steeds meer ouderen thuis en niet binnen de muren van een zorginstelling. Tegelijkertijd moeten meer mensen baan en mantelzorg combineren: het percentage werkenden nam sinds 2015 toe onder mannen én vrouwen. Bovendien is sinds 2013 de AOW-leeftijd bezig aan een klim. Aan de andere kant: thuiswerken beleefde de laatste tien jaar een sterke opmars. Dat vergemakkelijkt het mantelzorgen waarschijnlijk. „In 2024 werkt een kwart van de werknemers meerdere dagen per week thuis, terwijl in 2014 vrijwel niemand dat deed”, schrijft het SCP.