Gehaast komt Irwan Droog over de Amsterdamse Dam naar een terras naast het Paleis gelopen. Hij was echt op tijd voor het interview, zegt hij terwijl hij zijn stoel naar achter schuift, maar hij zag een duif in nood. Een teentje was afgekneld door een draad. En dat gaat voor.

Nooit zag Droog duiven staan. Ze waren een onzichtbaar deel van het stadsdecor. Tot zijn ontmoeting met die ene duif. Het begint voor iedereen altijd met één duif, zegt Droog. Voor hem was het een Turkse tortel die hij uit de klauwen van een ekster redde en een paar uur thuis opving tot de dierenambulance kwam. Braaf wachtte de vogel in een kartonnen doos in zijn hal. „Opeens zag ik een glimp van een persoonlijkheid.”

Een jaar later schreef Droog Duif. Over een alomtegenwoordige maar ondergewaardeerde stadgenoot, dat 21 mei is verschenen. Stadsduiven zijn slim, sociaal en zachtaardig, ontdekte hij. Ze herkennen zichzelf in de spiegel, hebben een fantastisch geheugen, zijn liefdevolle partners en betrokken ouders. Hij stuitte op onbaatzuchtige duivenhelpers die het leven van de duif wat prettiger maken door ze gezond voer te geven of hun pootjes proberen te redden. Een groep die steeds groter wordt door de opkomst van belangenorganisaties, duivenfans op sociale media en populaire workshops over hoe je duiven kan redden van stringfoot of draadvoet.