Muziek verbindt, muziek verbroedert. De Songfestivaltypes kirren het de hele tijd, geen spelbreker heeft het hart om te zeggen: muziek verbindt? Waar? Wanneer?

Ik weet het ook even niet.. O ja, ‘Lili Marleen’, dat liedje verbroederde soldaten in de Tweede Wereldoorlog (tijdelijk, daarna schoten ze elkaar weer aan gort). Maar het Songfestival klampt zich vast aan de Eurovisie-hymne Ode an die Freude, met als voornaamste geloofsartikel de strofe ‘Alle Menschen werden Brüder’. Het houdt zich Oost-Indisch doof en blind voor de gemene dingetjes die je krijgt als je een liedjeswedstrijd baseert op patriottisme. En het ziet geen bezwaar als een land muziek inzet als vlekkenwater voor een bebloed imago. Zoals Israël, dat bovendien vorig jaar garen spon met een vorm van stemfraude. Reden zat om het uit te sluiten, maar zo’n Songfestival trapt erin, welgemoed neuriënd: we doen niet aan politiek, doe maar mee Israël.

Lekkere verbroedering. Niet alleen om een schraal programma waar vijf boycottende landen ontbraken. Ook omdat er met Israël een deelnemer voor spek en bonen aantrad, want het mocht niet winnen aangezien de traditie voorschrijft dat de winnaar de volgende keer de organiserende partij is. En de 71ste editie in een land dat van genocide wordt beschuldigd, dat zou het einde van het Songfestival kunnen betekenen.