‘Hoe vaak denk je dat Las Ramblas op drukke dagen schoongemaakt moet worden?”, vraagt Antoni Fernández. De topambtenaar van de Catalaanse overheid vouwt zijn handen voor zich op tafel en wacht geduldig op het antwoord. Twee keer per dag is niet het juiste antwoord. „Tien tot twaalf keer”, verklapt hij. „Dat geldt niet voor alle straten en pleinen in Barcelona, maar Las Ramblas is de meest toeristische plek van de stad, daar moet je de hele dag door prullenbakken legen.”
Die schoonmaak moet betaald worden, vervolgt Fernández, en niet door de inwoners van de stad. Hetzelfde geldt voor andere voorzieningen waar toeristen in de stad massaal gebruik van maken, zoals het openbaar vervoer. Daarom besloot de Generalitat de Catalunya, de autonome regering van de Spaanse regio, eind februari de toeristenbelasting in Barcelona te verdubbelen. Sinds april gaan de prijzen geleidelijk omhoog: begin dit jaar betaalde een toerist maximaal 7,50 euro toeristenbelasting voor een overnachting in de Spaanse stad, dat kan in 2029 oplopen tot 15 euro per persoon per nacht, afhankelijk van het type accommodatie.
Het doel is niet om toeristen te weren, benadrukt Fernández in een vergaderzaal van het gloednieuwe overheidsgebouw aan de rand van de stad. Op het dak wimpelen twee rood-gele vlaggen in de wind: de Spaanse en de Catalaanse. „Toeristen zijn welkom. Maar het is wel nodig dat ze bijdragen aan de financiering van bepaalde diensten.”










