PSOE, de sociaaldemocratische partij van de Spaanse premier Pedro Sánchez, heeft het niet goed gedaan bij de verkiezingen in Andalusië. De partij behaalde 28 zetels, het laagste resultaat ooit in de regio. De verkiezingen in Andalusië worden gezien als een belangrijke graadmeter voor de nationale parlementsverkiezingen van volgend jaar.

De conservatieve Partido Popular (PP) blijft de grootste partij in de regio. De partij verloor vijf zetels en heeft daardoor de absolute meerderheid in Andalusië verloren. Met ruim 99 procent van de stemmen geteld komt de partij uit op 53 zetels, twee minder dan de 55 die nodig zijn om zonder steun van andere partijen te regeren.

De Spaanse regio heeft daarmee geen gehoor gegeven aan de herhaalde oproep van de president van Andalusië Juan Manuel Moreno (PP) om een „voldoende meerderheid” te halen om zo zonder het „gedoe” van de rechts-populistische partij Vox te kunnen regeren. Die partij won één zetel en komt daarmee op een totaal van 15 zetels.

Moreno, die zichzelf graag profileert als „gematigd”, zal nu afhankelijk zijn van Vox om te kunnen regeren. Voor de vierde keer op rij behaalt het rechtse blok samen meer dan 50 procent van de stemmen in de grootste autonome regio van het land.