Timmy is dood. De wereldberoemde bultrug die op 23 maart voor het eerst strandde op het Timmendorfer Strand in Duitsland, werd in een omstreden ‘reddingsactie’ in de achterbak van een schip naar de Noordzee versleept en daar vrijgelaten in het diepe water. De actie werd door experts pertinent afgekeurd. Het verzwakte dier zou, bleven ze herhalen, hoe dan ook sterven, waarschijnlijk door verdrinking. Maar de emotie nam het over van de ratio. Het dier kreeg de naam Timmy, menselijke eigenschappen toebedeeld en werd vereeuwigd in tatoeages. Timmy móést gered worden.
De Duitse autoriteiten besluiten op 1 april, op basis van adviezen van deskundigen, alle reddingspogingen te staken. Het dier is verzwakt en heeft een touw in zijn spijsverteringskanaal dat niet verwijderd kan worden. Ze willen het dier op zijn gemak houden en rustig laten sterven.
Particuliere leken, onder leiding van de miljonairs Walter Gunz en Karin Walter-Mommert, weigeren Timmy op te geven. Ze bedenken een plan om het dier zélf naar de Noordzee terug te brengen. Een plan dat gedoogd wordt door de minister van Milieu van de deelstaat Mecklenburg-Voorpommeren.
Op 28 april werd de walvis, twaalf meter lang en naar schatting 12.000 kilo zwaar, daarom naar een transportschip met stalen bassin ingeleid. Hij had zinkzalfbehandelingen ondergaan voor zijn huid, dat het te zoete water niet kan verdragen. Het schip, met Timmy in de achterbak, zou honderden kilometers overbruggen om bij het diepere en zoutere water van de Noordzee aan te komen. Tijdens de reis wordt het konvooi overvallen door zwaar weer en golven van twee meter hoog. De bemanning, initiatiefnemers en de aanwezige dierenarts krijgen gaandeweg ruzie. Onduidelijk is waar en wanneer Timmy wordt vrijgelaten.











