Met cameravallen bij een door palmen omzoomd riviertje in een Keniaans wildpark legde natuurfotograaf Will Burrard-Lucas een veel completer beeld bloot van de lokale fauna.
Elandantilopen.
Het is een van de meest gefotografeerde natuurgebieden van Afrika: het Keniaanse nationaal park Masai Mara. Jaarlijks komen er ruim 300.000 toeristen om giraffes, olifanten, hyena’s en wrattenzwijnen op de foto te zetten. Toch zijn er in het gebied van ruim 1.500 vierkante kilometer nog altijd goed verborgen plekjes, hoorde de Britse natuurfotograaf Will Burrard-Lucas van een bevriende natuurbeschermer: dichte bossen waar geen jeep doorheen kan. Maar bedreigde zwarte neushoorns komen er wél, en die willen rangers van de lokale Rhino Unit graag monitoren om te zien hoe het met de populatie gaat. Om de dieren goed te volgen, zijn sommige individuen uitgerust met gps-chips. Maar andere neushoorns, alleen voorzien van een oormerk, zijn moeilijker te volgen.
Een olifant, een buffel en een serval.
Beeldmateriaal, zeker van het voor mensen moeilijk begaanbare gebied, zou daarom een completer beeld geven. En daarbij kwam de expertise van Burrard-Lucas goed van pas. Door de jaren heen heeft hij meerdere cameravallen ontwikkeld: camera’s die automatisch een foto maken als er beweging wordt geregistreerd. Die techniek is niet nieuw: zowel natuurfotografen als biologen werken er graag mee, en ook in bijvoorbeeld de gelauwerde sneeuwluipaarddocumentaire The Velvet Queen van de Franse natuurfilmer Vincent Munier speelt de cameraval een belangrijke rol.









