Een vrouw zou al jarenlang samenwonen met haar mantelzorger. De Sociale Verzekeringsbank komt controleren en verlaagt haar uitkering. De rechter loopt de feiten nog eens na en oordeelt anders.
Een vrouw ontving sinds 2005 een AOW-alleenstaandenpensioen. In 2023 kreeg de Sociale Verzekeringsbank (SVB) een tip: de vrouw zou al vijftien jaar samenwonen. De SVB ging onaangekondigd bij haar op bezoek. Een man deed open. Hij verklaarde dat hij mantelzorger was, ze zouden net naar een ziekenhuisafspraak gaan. Er kwam een afspraak voor een volgend bezoek.
Tijdens dat tweede bezoek vertelden de twee dat de man sinds 2019 alle dagen en nachten bij de vrouw verbleef als mantelzorger. Hij deed huishoudelijk werk en klusjes in en rond het huis van de vrouw, maar droeg niet financieel bij aan haar huishouden, al kreeg ze wel eens geld van hem als een wasmachine of stofzuiger kapot was. Ze presenteerden zich naar buiten als vriend en vriendin.
Althans, zo stond het in het gespreksverslag. De twee ondertekenden dat verslag zonder het eerst te lezen en zagen naderhand onjuistheden. De vrouw stuurde dagboekfragmenten om aan te tonen dat de man niet bij haar woonde, maar de SVB leidde daaruit af dat ze in 2021 gezondheidsproblemen kreeg en er vanaf toen sprake was van een gemeenschappelijke huishouding.






