Zweden is zo hard geworden, vindt Christina Ryden. De gepensioneerde lerares kijkt uit op een rij kiezers die op Odenplan, een plein in Stockholm, alvast hun stem uitbrengen. In aanloop naar de parlementsverkiezingen van 13 september is er in Zweden al de hele week de mogelijkheid te stemmen. „Ik ben teleurgesteld in Zweden”, zegt Ryden. „Mensen voelen zich niet meer welkom, er wordt onzin verkocht over integratie terwijl we het zouden moeten hebben over onderwijs en huisvesting.”
Zondag wordt bekend wie de komende vier jaar de regering kan vormen in Zweden. In de peilingen gaan de Socialdemokraterna met Magdalena Andersson aan kop, maar het is de vraag of het linkse blok met onder meer de Groenen een meerderheid krijgt. In 2022 wonnen de sociaaldemocraten, maar niet genoeg voor een sterke coalitie.
Er kwam een regeringscoalitie van de centrumrechtse, conservatieve partij De Gematigden, de Christen-Democraten en de Liberalen. Die drie vormden een minderheidskabinet, met gedoogsteun van de radicaal-rechtse Zweden Democraten. Die waren tijdens de verkiezingen de tweede partij van het land geworden, maar niemand wilde met ze in een kabinet stappen. En dus werd Ulf Kristersson, leider van de Gematigden, premier met de radicaal-rechtse leider Jimmie Akesson als belangrijke bondgenoot.










