Wij journalisten leerden het allemaal. Dat je een toeschouwer bent, een fly on the wall (niemand zegt ooit ‘vlieg op de muur’). Journalistiek gaat om het onderwerp, niet over jou. Als je onverhoopt toch deel wordt van de gebeurtenissen die je als vlieg had willen bekijken, schrijf je in de derde persoon. „De verslaggever” of „NRC” kreeg taart of klappen. Niet „ik”.
Als er verhalen in de krant staan die volledig breken met die traditie, valt dat op. De afgelopen weken verschenen meerdere indrukwekkende verhalen waarin een NRC-redacteur zichzelf niet alleen blootgaf, maar ook tegelijkertijd verteller en onderwerp was.
De zomerserie waarin Floor Rusman haar gedachten over haar kanker beschreef. Een essay waarin Amber Wiznitzer vertelde over hoe ze ooit anorexiaklinieken in en uit ging. Een verhaal van Monique van Oostrum die een bipolaire stoornis heeft en door de politie van straat werd gehaald. En, afgelopen zaterdag, het afscheidsstuk waarin Paul Luttikhuis na 25 jaar klimaatjournalistiek voor één keer vertelde over zijn twijfels en frustraties.
Een lezer wie de hoge frequentie was opgevallen, noemde de verhalen „moedig”. Hij vroeg zich af wat de motivatie was van de auteurs om zulke persoonlijke gevoelens en ervaringen te delen – is het zelfhulp?






