Van organen-die-groeien-op-chips tot diervriendelijke onderzoeksprotocollen, er gebeurt in Nederland heel veel om het gebruik van proefdieren in bijvoorbeeld het geneesmiddelenonderzoek terug te dringen. Het is alleen niet genoeg een volledig proefdiervrije samenleving te scheppen. Daarvoor is een systeemverandering nodig, vergelijkbaar met de energietransitie, met onder meer een nationale regisseur.
Dit schrijft het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid (NCad) in een rapport voor staatssecretaris Silvio Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, VVD) dat woensdag is verschenen. „Mijn samenvatting hiervan is: wat goed is, kan altijd beter”, zegt comité-voorzitter Nico van Meeteren, tevens hoogleraar perioperatieve gezondheid aan het Erasmus MC, in een toelichting.
Wat gaat er dan zo goed?
„Sinds ons eerste advies in 2016 is er heel veel op gang gekomen aan innovatie, die het gebruik van proefdieren kan verminderen. In Nederland zijn daarvoor organs-on-a-chip prominent in beeld, om iets te noemen. Dat zijn ‘computerchips’ waarop bijvoorbeeld menselijke weefselcellen groeien en die je kan gebruiken om medicijnen op te testen. Over zulke ontwikkelingen moet je tevreden zijn. Gemiddeld is het gebruik van proefdieren ook afgenomen. Niet steeds jaar op jaar in elk type proefdieronderzoek, maar wel over de hele linie in de afgelopen tien jaar.”







