Nederlandse veehouders hebben de afgelopen zes jaar 18 procent minder stikstof uit hun stallen geproduceerd, maar de grootste uitstoters, de rundveehouders, dragen aan deze reductie het minst bij. Daardoor is veel minder natuurwinst geboekt dan mogelijk was geweest. Dat blijkt uit een onderzoek dat dinsdag is gepubliceerd door de Algemene Rekenkamer.

In de jaren 2019-2025 was er 4,2 miljard euro beschikbaar voor het beëindigen van veebedrijven en daarvan is 38 procent niet benut. Zonder deze „structurele onderbesteding” had „meer bereikt kunnen worden”, aldus de Rekenkamer. Dat 1,6 miljard euro op de plank is blijven liggen, komt onder meer doordat veel rundveehouders niet willen stoppen. „Het blijkt moeilijk de rundveehouders in beweging te krijgen”, zegt Barbara Joziasse, lid van het college van de Rekenkamer.

Onze boodschap aan het kabinet is: reken je niet rijk.

Slechts 2 procent van de rundveehouders heeft de afgelopen jaren meegedaan aan een van de stoppersregelingen, tegenover 5 procent van de kippenhouders en 8 procent van de varkenshouders. En dat terwijl rundveebedrijven verantwoordelijk zijn voor 57 procent van de landelijke stikstofemissies, en voor 69 procent van de emissies binnen een kilometer van de Natura 2000-gebieden. Juist deze kwetsbare natuurgebieden wil het kabinet, dat vrijdag met uitgewerkte plannen komt, beter beschermen. Joziasse: „Onze boodschap aan het kabinet is dan ook: reken je niet rijk. Voor maximaal resultaat van dergelijke regelingen is deelname door rundveehouders heel belangrijk.”