Oud-premier Mark Rutte (VVD) is ”best een beetje geïrriteerd” over dat de enquêtecommissie naar het coronabeleid vorige week appjes uit de coronatijd heeft geopenbaard, waarin oud-ministers Hugo de Jonge en Ferd Grapperhaus (beiden CDA) toenmalige collega-politici beledigden.
„Mensen werken onder hoge druk. Het is een manier van stoom afblazen”, zei Rutte maandagochtend toen hij voor de tweede keer werd verhoord door de commissie. „Het is niet per se kwaad bedoeld. Maar het komt op tafel en dan is de hele samenleving er een paar dagen mee bezig. Het is niet fraai, maar het zegt helemaal niks.”
De beledigende apps kwamen volgens Rutte voort uit de ‘bonhomie’ tussen Grapperhaus en De Jonge
Grapperhaus noemde onder meer toenmalig minister Arie Slob (CU) een „soepjurkje” en een „jankerd”, De Jonge omschreef collega Kajsa Ollongren (D66) als „een bak grind in de machine van ieder besluitvormingsproces”. Ook noemde De Jonge een Kamerdebat „ruk” en schreef hij dat Kamerleden „gestraft worden in het hiernamaals”, omdat ze het kabinet van het werk hielden.
Bewindslieden zullen openhartige appjes niet meer uitwisselen als de mogelijkheid bestaat dat ze openbaar worden gemaakt, meent Rutte: „De volgende keer zullen ze het niet sturen, maar zullen ze het zeggen.” De apps kwamen volgens hem voort uit de „bonhomie” tussen Grapperhaus en De Jonge.









