Na drie uur spreken boog Mark Rutte zich half juni een laatste maal naar de microfoon: „Dank”, en, benadrukte de oud-premier (VVD); „tot het vólgende gesprek”. Hij stond op, schoof zijn stoel aan, en liep achter de bode aan naar de deur van de met houten latten beklede zaal.

Maandag om 10.00 uur keert Mark Rutte terug naar de zaal van de parlementaire enquêtecommissie Corona, in het gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag. Als premier in coronatijd gaf hij leiding aan een kabinet dat verregaande maatregelen trof, zoals de schoolsluitingen en de avondklok. En dus heeft de commissie aan Rutte „heel veel te vragen”, stelde commissievoorzitter Daan de Kort (VVD) al bij aanvang van het eerste verhoor.

Daarin sprak Rutte onder meer over hoe Nederland „door het oog van de naald kroop” in de eerste weken van de pandemie. Plaatsgebrek op de ic-afdelingen van ziekenhuizen, een ‘code zwart’, was volgens Rutte dichtbij. Patiënten zouden dan buiten het ziekenhuis sterven. Het ging ook over de ‘Catshuissessies’, waar bewindspersonen samen kwamen om nieuwe coronamaatregelen te bespreken. Daar was ook ruimte voor „extreme” ideeën, zei Rutte, „bijvoorbeeld het voorrang geven aan allerlei groepen bij vaccinaties”.