Kinderboekenschrijver Paul van Loon (71) steekt zijn vuist naar voren als hij de voordeur heeft opengedaan, doodskopringen aan zijn vingers. Hij woont in een woonwijk in Drunen, Noord-Brabant. De boks-begroeting is een overblijfsel van de coronajaren, verklaart hij. Dat, en hij moet nog even zijn handen wassen omdat hij net de kattenbak verschoond heeft. De Britse kortharen Bert en Winnie kijken toe vanaf hun krabpaal in de hal.

In zijn werkkamer wijst hij naar de fitnessbank waarop hij voor en na het schrijven krachttraining doet. „Of wil je liever een stoel?” Zelf neemt hij plaats achter zijn bureau, een paar meter verderop. Omringd door boekenkasten vol met eigen werk – hij schreef meer dan 160 boeken – en een omvangrijke verzameling knuffel-Dolfjes, Foeksia-poppen en griezel-parafernalia.

Afgelopen week verscheen het dertigste boek over Dolfje Weerwolfje, De geheime weerwolf. Het eerste verscheen dertig jaar geleden, in 1996. Sindsdien zijn de Dolfje-boeken in meer dan tien talen vertaald, werden er zeven bekroond met de Kinderjury-prijs en is er een film over Dolfje Weerwolfje gemaakt.

Vier van zijn andere boeken kregen ook de Kinderjury-prijs, en zes andere boeken werden ook verfilmd, waaronder De Griezelbus. Aan de verfilming van nog eens drie boeken wordt gewerkt, vertelt hij. Een daarvan is Vampier in de school (1990), vanaf februari in de bioscoop. Dat boek was, zegt hij, het eerste boek dat echt betekenis voor hem had. Tot die tijd schreef hij (vanaf 1983) vooral educatieve leesboekjes, nu mocht hij van zijn uitgever zelf bepalen wat hij wilde schrijven. Hij staat op en pakt de eerste druk uit een kast. „Het gaat over Jacko die geen zonlicht meer verdraagt, en steeds bleker wordt. En over zijn vriend Edje, met wie dingen gebeuren waarvan je liever niet wilt dat die met je gebeuren. Dit hier”, hij laat een andere uitgave zien, „is de laatste druk, die oogt een stuk moderner. Zoals het een goede vampier betaamt, blijft Jacko herrijzen.”