Ineens bleek politiek toch weer over geld te gaan. Het was even wennen, na al het gepraat over asielopvang en ‘migratiehubs’, maar de VVD botste tijdens de begrotingsonderhandelingen met CDA en D66 over nivellering: „Het minderheidskabinet praatte lang over de fundamentele vraag: herverdelen we als kabinet meer, of juist minder?”, aldus NRC.

Meer of minder herverdelen is zo ongeveer de kernvraag van de politiek, en dit kabinet ontdekt na een half jaar, vlak voor de deadline van de begroting, dat het op dit punt verdeeld is. Het is alsof je na je bruiloft aan je partner vraagt: monogamie, hoe denk jij daar eigenlijk over?

Het hangt samen met een breder euvel: de ondergeschoven positie van geld in het publieke debat. Decennialang stond het herverdelingsvraagstuk centraal in de politiek. Sinds 2002, met een korte onderbreking in de eurocrisis, kwamen migratie en identiteit ervoor in de plaats. Dat zijn geen onbelangrijke thema’s, maar ze hebben minder impact op het leven van de gemiddelde burger. De begroting bestaat voor de helft uit zorg en sociale zekerheid, en daar heeft iedereen mee te maken. Mensen zijn, nog net zozeer als dertig jaar geleden, deel van de verzorgingsstaat: ze betalen belasting, worden werkloos of arbeidsongeschikt, gebruiken hun eigen risico, krijgen thuiszorg.