Het was spannend geweest, de afgelopen dagen. Meerdere bronnen in de coalitie hielden rekening met een val van het minderheidskabinet-Jetten (D66, VVD, CDA). Met name door een harde opstelling van minister Eelco Heinen (Financiën, VVD) leek de deadline van 1 september bijna onhaalbaar. Het lukte uiteindelijk nog nét om de conceptbegroting voor 2027 binnen de afgesproken tijd voor advies naar de Raad van State te sturen.

Maar wat ís het eigenlijk voor document? Anders dan in voorgaande jaren kan het niet steunen op een meerderheid van de Tweede Kamer. De drie coalitiepartijen waren zó verdeeld, dat ze er de laatste dagen niet eens toe kwamen steun te vinden bij de oppositie. Dat betekent dat het draagvlak nog buitengewoon gering is. En de coalitie weet dat. Partijen als Pro en JA21 kunnen de begroting straks gewoon wegstemmen. Als de Rijksbegroting het niet redt, heeft het kabinet geen bestaansrecht.

De coalitiepartijen hebben daarom gekozen voor een vorm die nog het meest weg heeft van een werkdocument. In de conceptbegroting zitten maatregelen die speciaal gericht zijn op bepaalde oppositiepartijen. Zo hopen ze dat die partijen akkoord gaan.

Op dinsdag lekten de eerste maatregelen al uit. Dat was een bewuste strategie, hoorde je meteen bij de oppositie. Tegelijkertijd krijgt de oppositie niet alle stukken te lezen, dat gebeurt pas volgende week vrijdag. Zo weet je nog niks, zeggen oppositieleden, want de minder leuke maatregelen worden niet gelekt. Het lijken vooral de cadeautjes aan de oppositie die journalisten nu te zien krijgen, en hoe de coalitie ingewikkelde plannen vooruitschuift. Waar de miljarden voor wensen vandaan moeten komen, is niet volledig duidelijk.