Een festival op Vlieland, vorige week zaterdag. Terwijl het publiek meedeint met de olijke beats die vanaf het podium klinken, ritst een vrouw haar heuptasje open. Zij en een vriendin steken er allebei hun pink in, halen die eruit met een witte substantie erop en likken ’m af. Het spul is MDMA, een in de uitgaansscene populaire synthetische drug die een euforisch gevoel geeft. Niemand slaat er veel acht op – zoals er in delen van de samenleving ook niet opgekeken wordt als iemand op een werkborrel, in een voetbalstadion of op een vrije avond thuis wat cocaïne snuift.

Dat is de ene kant van ‘narcostaat Nederland’. De andere was dinsdag in de vroege morgen zichtbaar in Overasselt, het Gelderse dorpje ten zuidwesten van Nijmegen waar zeker dertig mannen, van wie sommigen zwaarbewapend, naar het huis van een vermeende drugscrimineel trokken.

Het machtsvertoon was ongekend qua omvang – de politie pakte in het etmaal erna 34 verdachten op – maar, benadrukten experts, toch ook weer niet nieuw. Terwijl Nederland sinds begin deze eeuw een steeds prominentere rol ging spelen in de internationale cocaïnehandel, deden ook ‘nieuwe’ brute vormen van geweld hun intrede: liquidaties, waaronder vergismoorden en, bij een strafzaak, martelcontainers, een onthoofding en ontelbaar veel explosies.