Ergens midden op de Noord-Atlantische Oceaan drukt kok Mihai Caracosta op de bel die aangeeft dat het avondeten klaarstaat, opnieuw. Maar de wetenschappers aan boord van de RV Anna Weber-van Bosse, het nieuwe nationale onderzoeksschip onder beheer van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ), zijn in extase door grienden die achter het schip aan zwemmen. Ze staan nog steeds op het achterdek.
Dolfijnen of niet, de bel is niet vrijblijvend. Op dit onderzoeksschip eten alle zeevarenden samen. Met uitzondering van de stuurman die op dat moment het schip bestuurt, die krijgt een bord in de stuurhut gebracht. Bij hoge golven hoeft een enkele zeezieke wetenschapper ook niet aan te schuiven. De kok en twee stewards die soms ook in de keuken werken, eten als iedereen weg is. Verder worden de strak geplande maaltijden hier heel serieus genomen. Drie keer per dag, zeven dagen per week.
Vijftien wetenschappers en zeventien bemanningsleden leven, werken en slapen drieënhalve week op en in deze kleine ruimte – het schip is 79,98 meter lang. Daarom zijn die gezamenlijke maaltijden zo belangrijk: om de sfeer goed te houden. En om te kijken of het nog goed gaat met iedereen, of niemand ontbreekt. Samen eten, zonder helm, communicatieradio, handschoenen, overall, natte werkschoenen of labjas. Waar de een net wakker is, gaat de ander na een maaltijd naar bed. Dat krijg je als het werk 24/7 doorgaat. Maar dat maakt niet uit, ze eten samen. Op vaste tijden.






